
Rijke Roomse leven Katholiek van de wieg tot het graf
Ze komen weer in de lift, de katholieken. Zo’n tweehonderd jaar zijn ze door de protestantse machthebbers aan de zijlijn gehouden. Weinig te zeggen in onderwijs en openbaar bestuur, en geregeld gedwarsboomd in hun geloofsuitoefening. Halverwege de negentiende eeuw verandert dit. De bisdommen worden in ere hersteld en her en der ontstaan congregaties - verenigingen van mensen die in een klooster gaan wonen en geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede afleggen. Zo gaat het Rijke Roomse leven van start. Ruim honderd jaar lang dringt het door tot in de haarvaten van de Kempische gemeenschap. De heropleving is zichtbaar. Er verschijnen kerken en kloosters die de skyline een ander aanzien geven. In het straatbeeld zien we processies en bedevaarten.
Tussen 1850 en 1970 bepaalt het katholieke geloof alle levensterreinen van de Kempenaar, van de wieg tot het graf. De kerkelijke kalender is uitgangspunt voor de dag- en jaarindeling, met gebeden en misvieringen. Katholieke weekbladen vinden gretig aftrek. In bijna elk gezin voelt minstens één zoon of dochter zich geroepen om pater of non te worden. Elke vereniging heeft een geestelijk adviseur, meestal de kapelaan. De pastoor waakt over gezinsplanning en zedelijkheid. Van buitenaf bezien heeft het Rijke Roomse leven een luchtig karakter, bijvoorbeeld bij processies. Inmiddels is bekend dat er soms een duistere lading onder ligt.