Afbeelding

Meesters in metaal: vroeger al net zo slim?

Tentoonstelling

In het Cultuurhuis Bergeijk is momenteel een tentoonstelling te zien ’Meesters in metaal’. Metaal is al heel oud. In Egypte en op de Balkan zijn tinnen voorwerpen van misschien wel 6000 jaar oud gevonden. In Europa kende men metaal pas rond 2500 vóór Christus. De ijzertijd in Noordwest-Europa duurde grofweg van 800 vóór Christus tot het begin van onze jaartelling. In deze periode gingen mensen over van brons naar ijzer voor het maken van wapens en gereedschap.

De tekeningen tonen middeleeuwse draadtrekkers, zo’n 1500 jaar na Christus. Het met de hand maken van metaaldraad werkte als volgt. De ambachtsman zit voor een zwaar houten blok. In het midden van het blok is verticaal een ijzeren trekplaat (het trekijzer) gemonteerd. Deze plaat bevat een reeks taps toelopende gaatjes, die van groot naar steeds kleiner lopen. De ambachtsman gebruikt een grote tang om de metalen staaf vast te grijpen. Omdat het trekken van dik metaal door een kleiner gat heel veel kracht kost, gebruikt de ambachtsman een houten schommel. Door zijn hele lichaamsgewicht in de strijd te gooien en achterover te leunen, trekt hij de tang - en dus het metaal - met grote kracht door het gat van de trekplaat heen.
Eigenlijk best een simpele, maar ook slimme manier om metaaldraad dunner te trekken. Waren de mensen van toen al even slim als wij nu of misschien nog wel slimmer, omdat ze nog bijna alles zelf moesten bedenken en maken?
Om een bruikbare, dunne draad te krijgen (bijvoorbeeld voor het maken van maliënkolders, sieraden, naalden of kettingen), moet deze handeling keer op keer herhaald worden. De draad wordt telkens door een net iets kleiner gat getrokken totdat de gewenste dikte is bereikt. Op de grond liggen de voltooide rollen met dun koper-, ijzer-, zilver- of gouddraad.

Voordat je daarmee kunt beginnen moet een smid gesmolten metaal eerst in langwerpige staven gieten. De draadtrekker sloeg of smeedde de staven eerst met een hamer uit tot dunnere stroken. Daarna kon hij de draad met brute kracht pas door een trekijzer halen (of in de late middeleeuwen met behulp van de waterkracht van een watermolen - steeds makkelijker dus).

De ambachtsman in het tweede plaatje is nog slimmer bezig of misschien wel luier om je in het zweet te werken. Hij gebruikt spoelen om de draad meteen op te rollen. ’Gemak dient de mens’, zal zijn devies zijn geweest.
Tegenwoordig wordt ijzerdraad nog steeds op dezelfde manier gemaakt, maar dan volledig geautomatiseerd via het zogeheten wals- en draadtrekproces

De tentoonstelling ’Meesters in metaal’ toont ook allerlei voorbeelden van dun metaaldraad en is te zien in het Cultuurhuis Bergeijk, Domineestraat 8a van donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur. Voor meer informatie zie info@cultuurhuisbergeijk.nl.


Uit de krant