
Het begin van ’Meesters in Metaal’: nebato 1954-2005
AlgemeenKlopt helemaal: de Koperteuten van Luyksgestel waren natuurlijk eerder, veel eerder (18e en 19e eeuw). Dus zit metaal gewoon in het dna van de Bergeijkse mens. Heel veel mensen uit Bergeijk en omstreken kennen nog de naam van het metaal- en plaatwerkbedrijf ’nebato’. Maar evenzovele weten niet waar die naam vandaan komt. Is het een afkorting of heel deftig gezegd een acroniem, zoals bijvoorbeeld HEMA (Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam)? Inderdaad! De naam ’nebato’ kwam door een samenvoeging van de eerste letters uit de achternamen van de oprichters: v.d. Net, Baudewijns en van Ooyen; de letter t werd er tussen gevoegd, anders had je twee klinkers achter elkaar. Het bedrijf werd in 1954 opgericht als v.o.f. nebato plaatwerk. Tegelijkertijd waren er toen plannen voor de bouw van de Ploegfabriek, die kort daarna gebouwd werd. Dus heel wat reuring in het Bergeijk van toen. Nebato begon in het pand Burgemeester Magneestraat 49 en 51, voorheen sigarenfabriek v.d. Akker; later uitgebreid met Burgemeester Magneestraat 47. Vanaf begin jaren 1980 bleek de fabriek niet meer voor die tijd up-to-date; men verhuisde naar de Ekkerstraat. De fabriek werd gesloopt en er werden woonhuizen gebouwd op de hoek Burgemeester Magneestraat – Prinses Marijkestraat (tegenover de Aldi).
In de jaren 60 en 70 verwierf ’nebato’ internationale faam. Ontwerper Martin Visser liet hier voor het Spectrum metalen meubelframes maken. Samen met zijn vrouw Mia Visser verzamelden ze ook kunst, o.a. van de Minimal Art-kunstenaars uit Europa en Amerika, zoals de inmiddels wereldberoemde kunstenaars Sol LeWitt, Carl Andre, Donald Judd en vele anderen. Verschillende kunstenaars logeerden bij hen in hun Rietveldwoning en lieten werk uitvoeren door ’nebato’. Deels om tijd te besparen en kostbaar vervoer vanuit Amerika te beperken, vond de productie en het transport vanuit Bergeijk plaats. Onder andere daarmee werd Bergeijk na Amsterdam de tweede hotspot van Nederland. ’Win-win’, zeggen we dan of ’keigoed’ op z’n Bergeijks. Met name dankzij Martin Visser, die ook Gerrit Rietveld naar Bergeijk haalde. Beiden kenden elkaar van De Bijenkorf Amsterdam, waar Visser tot 1954 hoofd van de meubelafdeling was. Voor een expositie had Visser onder andere Rietveld uitgenodigd. Na De Bijenkorf ging Visser werken voor meubelmerk ’t Spectrum, een dochteronderneming van De Ploeg in Bergeijk. Voor ’t Spectrum ontwierp hij onder andere de beroemde zit-slaapbank BR02. Visser vroeg Rietveld een woning voor hem te ontwerpen in het buitengebied van Bergeijk, met een ruimte om zijn kunstverzameling onder te brengen.
In 2005 fuseerde ’nebato’ met Te Strake uit Deurne en ging het verder als de huidige NTS Group.
Nebato is de bron van alle metaalbewerking in Bergeijk. Bedrijven als Sengers Metaal, Wilvo, Theuws, Veraa metaal, Instaal en Berma, ze komen allemaal voort uit oud-werknemers van nebato. Geweldig toch, hoe één steentje in het water steeds grotere kringen teweegbrengt.
In 1976 maakte ’nebato’ een remake van de inmiddels verroeste troffel van Claes Oldenburg in het Kröller-Müller museum. Alledaags gereedschap, extra large uitgevoerd in Bergeijk. Een toonaangevend voorbeeld van de pop-art kunststroming, net als de Fying Pins in Eindhoven, ook van Claes Oldenburg en zijn vrouw Coosje van Bruggen.
De tentoonstelling ’Meesters in metaal’ is te zien in het Cultuurhuis Bergeijk, Domineestraat 8a van donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur. Voor meer informatie zie info@cultuurhuisbergeijk.nl.
![]()




