Foto: Gerardus van Mol. Brabant-Collectie, Tilburg University.
Foto: Gerardus van Mol. Brabant-Collectie, Tilburg University.

Jan Smulders schrijft boek over apenboer Sjef van Dun

Algemeen

Goirlese fabrikant Sjef van Dun leefde in Vessem als Neanderthaler
Vandaag verschijnt het boek Van textielfabrikant tot apenboer – Sjef van Dun leefde zonder kompas. Een beeldend en boeiend verhaal over het leven van een markant mens in Midden-Brabant en de Kempen.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was Sjef van Dun een fietsend monument in de regio’s Midden-Brabant en de Kempen: man met aap, vaak vergezeld door zijn meedravende herdershond. Mensen stopten ervoor, keken hen na. Nadat Van Duns apen in 1972 verbrand waren, behield hij zijn geuzennaam: d’n apenboer. Zijn excentrieke, autonome leven veranderde er niet door.

In 1998 interviewde Diessenaar Jan Smulders oud-Goirlenaar Sjef van Dun in zijn Vessemse rauwe natuur, voor het weekblad Kempenland Info. Toen d’n apenboer drie jaar geleden ’weer op zijn pad kwam’ besloot hij het leven van de exoot te ontrafelen om er een biografie over te schrijven. Van textielfabrikant tot apenboer – Sjef van Dun leefde zonder kompas verschijnt deze week.

Wie was d’n apenboer?
Sjef van Dun (1923-2002) werd verwekt, geboren en was kind onder een ongelukkig gesternte. Dat was zijn rugzakje. Hij verklooide het op school, liep stuk in de liefde en rooide het niet als textielfabrikant in Goirle, waarna hij zijn leven omgooide.

Textielfabrikant
Vanuit de derde klas van het lyceum haalde vader Gerard de querulant naar de Goirlese textielfabriek waarvan hij medevennoot was. Omdat het niet boterde tussen de ondernemende compagnons startte Gerard met de jonge Sjef een nieuw textielbedrijf op. Dat draaide goed, totdat vader overleed. Vrij abrupt verbrandde Sjef van Dun daarna zijn Goirlese schepen achter zich.

Neanderthaler
Uit de verkoopopbrengst van zijn industrie kocht hij een oude, versleten boerderij in Vessem. Daar bouwde hij een ’veestapel’ op, waarmee hij vijf jaar later naar zijn natuur trok: een nog kaal weiland. Daar, aan de Vessemse Heikesestraat, leefde Van Dun als een Neanderthaler, zonder woning, stromend water, gas, elektriciteit of sanitaire voorzieningen. Zijn bijtende hondenleger joeg er passanten de stuipen op het lijf, zijn apen sprongen achter op de fiets, zijn reservaat was een toeristische attractie. Eén keer per jaar liet hij er mensen toe: met Pasen, om kinderen paaseieren te laten zoeken. Decennialang had Van Dun het voornemen om een kinderboerderij tot stand te brengen. Dat vertelde hij op tv aan Jack Spijkerman in een uitzending van Kopspijkers vanaf zijn landgoedje. – De boerderij kwam er niet. –

Eigenzinnig
D’n apenboer droeg een afstotende geur bij zich, maar was desondanks welkom. Soms verguisd, meest geliefd bouwde hij een sociaal netwerk om zich heen. Hij was eigenzinnig en een rooie, een socialist. Na zijn tweede ziekenhuisopname woonde hij nog enkele jaren in het Vessemse zorgcentrum Groenendaal. Hij rook niet meer. September 2002 overleed hij in zijn kamertje, op een wijze zoals hij het gewild had. In Vessem leeft hij voort.

Foto: Gust de Vries. Stichting Erfgoed Diessen.

Uit de krant